Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4398 palabras · página 109 de 176

  • het personeelslidB1

    miembro del personal

    Elk personeelslid krijgt een eigen pas.

  • de personeelsplanningB2

    planificación de plantilla

    Goede personeelsplanning voorkomt tekorten.

  • de personeelsselectieB2

    selección de personal

    De personeelsselectie verloopt in drie rondes.

  • het personeelstekortB2

    escasez de personal

    In de zorg is een groot personeelstekort.

  • het personeelsuitjeB2

    excursión de empresa

    Het personeelsuitje is dit jaar in juni.

  • het personeelsverloopB2

    rotación de personal

    Het personeelsverloop in de zorg is groot.

  • de persoonA2

    persona (individuo)

    Deze kamer is geschikt voor één persoon.

  • de persoonlijkheidB2

    personalidad

    Ze heeft een sterke en vrolijke persoonlijkheid.

  • het perspectiefB1

    perspectiva

    Deze opleiding biedt goed perspectief op een baan.

  • de persvrijheidB2

    libertad de prensa

    Persvrijheid is essentieel in een democratie.

  • de petA2

    gorra

    Mijn zoon draagt altijd een pet op zijn hoofd.

  • de petitieB2

    petición firmada

    De petitie werd door tienduizend mensen getekend.

  • de peuterB2

    niño de uno a tres años

    Een peuter wil alles zelf doen.

  • de phishingB2

    phishing

    Trap niet in phishing via sms.

  • de pianoA2

    piano

    Mijn dochter krijgt elke week pianoles en speelt al goed piano.

  • de picknickplaatsB2

    área de pícnic

    Halverwege is een picknickplaats.

  • de piekB2

    pico máximo

    De piek lag in de zomer van dat jaar.

  • de piekbelastingB2

    carga punta

    De piekbelasting ligt rond zes uur 's avonds.

  • de piercingB2

    piercing

    Voor dit werk mag je geen piercing dragen.

  • de pijlB1

    flecha

    Volg de gele pijlen naar de uitgang.

  • de pijnA1

    dolor

    Heb je veel pijn?

  • de pijnstillerA2

    analgésico

    Neem een pijnstiller tegen de hoofdpijn.

  • de pijpB1

    tubería; pipa

    Er zit een lek in de pijp onder de gootsteen.

  • de pilA2

    pastilla

    Neem één pil bij het eten.

  • de pilootB2

    piloto

    De piloot maakte een omweg om het onweer.