Vocabulario
4398 palabras · página 102 de 176
de oorzaakB1
causa
De politie onderzoekt de oorzaak van de brand.
het oostenA2
este
De zon komt op in het oosten.
de opaA1
abuelo
Mijn opa vertelt graag verhalen.
de opbouwB2
estructura (de un texto)
De opbouw van je tekst moet logisch zijn.
de opbrengstB1
ganancias, recaudación
De opbrengst van de markt gaat naar een goed doel.
de opdrachtA2
encargo, tarea
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
de opdrachtbevestigingB2
confirmación del encargo
Stuur eerst een opdrachtbevestiging.
de opdrachtgeverB2
cliente contratante
De opdrachtgever betaalt binnen dertig dagen.
de openhartigheidB2
franqueza
Zijn openhartigheid verraste iedereen.
de openingB1
inauguración, apertura
Bij de opening van de nieuwe bibliotheek was de burgemeester.
het openluchttheaterB2
teatro al aire libre
In het openluchttheater spelen ze alleen 's zomers.
de operaB2
ópera
Mijn oma gaat graag naar de opera.
de operatieA2
operación
De operatie is goed gegaan.
de operatiekamerB2
quirófano
De patiënt ligt al in de operatiekamer.
de opgewektheidB2
jovialidad
Haar opgewektheid werkt aanstekelijk.
de ophefB2
revuelo
Zijn uitspraak zorgde voor veel ophef.
de opiniepeilingB2
encuesta de opinión
Volgens de opiniepeiling verliest de partij zetels.
het opiniestukB2
artículo de opinión
Zij schreef een opiniestuk in de krant.
de opkomstB1
participación; auge
De opkomst bij de verkiezingen was dit jaar hoog.
het opkomstpercentageB2
porcentaje de participación
Het opkomstpercentage lag onder de zestig.
de oplageB2
tirada
De oplage van de krant daalt al jaren.
de opleidingA2
formación
Welke opleiding heb je gedaan?
het opleidingsinstituutB2
instituto de formación
Het opleidingsinstituut is erkend door de overheid.
het opleidingsniveauB2
nivel educativo
Het opleidingsniveau van de bevolking is gestegen.
de opleveringsinspectieB2
inspección de entrega
Bij de opleveringsinspectie noteer je alle gebreken.

