Vocabulario
4398 palabras · página 100 de 176
het ongelukA2
accidente
Het ongeluk gebeurde op de trap.
het ongemakB2
incomodidad
Zijn opmerking veroorzaakte enig ongemak.
het ongevalB1
accidente (formal)
Bij het ongeval op de A2 raakte niemand gewond.
de onkostenvergoedingB2
reembolso de gastos
Bewaar je bonnen voor de onkostenvergoeding.
de onmachtB2
impotencia
Hij voelde onmacht tegenover de bureaucratie.
het onrechtB2
injusticia
Zij strijdt tegen onrecht in de wereld.
de onrustB2
inquietud
Het bericht zorgde voor onrust onder bewoners.
het ontbijtA2
desayuno
Ik sla het ontbijt nooit over.
de ontdekkingB2
descubrimiento
De ontdekking van het medicijn redde veel levens.
de ontevredenheidB2
descontento
De ontevredenheid onder het personeel groeit.
de ontgoochelingB2
desilusión
De uitslag was een grote ontgoocheling.
de onthechtingB2
desapego
Hij sprak met een zekere onthechting over het verleden.
de ontmoetingB1
encuentro
De eerste ontmoeting met mijn collega's was erg gezellig.
de ontmoetingsplekB1
lugar de encuentro
Het buurthuis is een belangrijke ontmoetingsplek.
de ontroeringB2
emoción, conmoción
Zijn woorden wekten ontroering bij het publiek.
het ontslagB2
despido, dimisión
Hij heeft zelf ontslag genomen.
de ontslagbriefB2
informe de alta
De ontslagbrief gaat naar je huisarts.
de ontslagprocedureB2
procedimiento de despido
De ontslagprocedure is wettelijk vastgelegd.
de ontslagvergoedingB2
indemnización por despido
De ontslagvergoeding werd in één keer uitbetaald.
de ontspanningB1
relajación
Lezen is voor mij pure ontspanning.
de ontvangerB1
destinatario
De ontvanger van de brief was verhuisd.
de ontvangstB1
recepción, recibo
Na ontvangst van uw betaling sturen wij het pakket.
de ontvangstbevestigingB2
acuse de recibo
U krijgt binnen twee dagen een ontvangstbevestiging.
het ontwerpA2
diseño
Het ontwerp won een prijs.
de ontwerperB2
diseñador
De ontwerper koos voor strakke lijnen.

