Vocabulario
505 palabras · página 10 de 21
kwijtA2
perdido (he perdido)
Ik ben mijn portemonnee kwijt, heb jij hem gezien?
laagA1
bajo
De prijs is nu laag.
de laag
capa
Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.
laatA1
tarde
Sorry dat ik te laat ben.
laatsteA1
último
Dit is de laatste bus.
landelijkB2
nacional; rural
Er is een landelijke staking van leraren.
langA1
largo
Het duurt niet lang.
langzaamA1
lento
Kunt u wat langzamer praten?
lastigA2
difícil, complicado
Het is lastig om in de stad te parkeren.
leegA1
vacío
Mijn glas is leeg.
lekkerA1
rico, agradable
Deze soep is heel lekker.
lelijkA1
feo
Dat gebouw vind ik lelijk.
letterlijkA2
literalmente
Neem dat niet te letterlijk.
leukA1
agradable, divertido
Dat was een leuke avond.
het lichtA1
luz
Doe het licht even aan.
ligero; claro
Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.
liefA2
cariñoso, majo
Wat lief dat je bloemen voor me hebt gekocht!
linkshandigB2
zurdo
Ongeveer tien procent is linkshandig.
logischB1
lógico
Het is logisch dat je moe bent na zo'n lange dag.
lokaalB1
local
De lokale krant schrijft veel over onze buurt.
het lokaal
aula, sala
Het examen is in lokaal twaalf op de eerste verdieping.
losB1
suelto
De knoop van mijn jas zit los.
maandelijksA1
mensualmente
De huur betaal je maandelijks.
maatschappelijkA2
social, de la sociedad
Dit is een maatschappelijk probleem, geen individueel probleem.
magerB2
flaco
Na zijn ziekte was hij erg mager.
makkelijkA1
fácil
Deze oefening is makkelijk.
mannelijkB1
masculino
Het aantal mannelijke verpleegkundigen in ziekenhuizen groeit snel.
matB2
mate
Kies liever een matte verf.
de mat
felpudo, estera
Veeg je voeten op de mat voor de deur.

