Vocabulario
7 palabras · página 1 de 1
zeerB1
muy (formal)
De service in dit hotel was zeer goed.
zeldenA2
raramente
Ik ga zelden naar de bioscoop.
zelfsB1
incluso
Zelfs op zondag werkt hij in de winkel.
zodoendeB2
de este modo
Hij mist veel lessen en blijft zodoende achter.
zomaarA2
sin más, porque sí
Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.
zoverB1
listo; hasta ese punto
Ben je zover, kunnen we vertrekken?
zwartA1
negro
Hij heeft zwarte schoenen aan.
en negro, sin declarar (trabajo)
Zwart werken kan een hoge boete opleveren.

