Vocabulario
108 palabras · página 5 de 5
de zusA1
hermana
Ik bel mijn zus elke week.
de zwaanB2
cisne
De zwaan verdedigt haar jongen.
de zwaartekrachtB2
gravedad
Zonder zwaartekracht zweeft alles.
de zwagerA1
cuñado
Mijn zwager woont in Rotterdam.
de zwangerschapB2
embarazo
Tijdens de zwangerschap ging zij minder werken.
het zwembadB1
piscina
Het zwembad is op maandag gesloten.
het zwerfafvalB2
basura dispersa
Vrijwilligers ruimen het zwerfafval op.
de zzp'erB2
trabajador por cuenta propia sin empleados
Steeds meer bouwvakkers werken als zzp'er.

