Vocabulario
215 palabras · página 8 de 9
het winkelpersoneelA2
personal de la tienda
Het winkelpersoneel helpt je graag.
de winkeltijdenA2
horario comercial
De winkeltijden staan op de deur.
de winkelvloerB2
sala de ventas
Zij begon op de winkelvloer.
de winkelwagenA2
carrito
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.
de winnaarA2
ganador
De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.
de winstB1
beneficio, ganancia
De winkel maakte dit jaar veel winst.
de winstdelingB2
participación en beneficios
Werknemers krijgen hier winstdeling.
de winstmargeB2
margen de beneficio
De winstmarge in deze sector is klein.
de winterA1
invierno
De winter is hier nat en koud.
de wiskundeB2
matemáticas
Wiskunde is voor dit profiel verplicht.
de wisselkoersB2
tipo de cambio
De wisselkoers is vandaag ongunstig.
de wisselwerkingB2
interacción
Let op de wisselwerking tussen deze twee middelen.
de woedeB2
ira
Hij kon zijn woede nauwelijks bedwingen.
de woensdagA1
miércoles
Woensdag zijn de kinderen vrij.
de woestijnB2
desierto
De woestijn breidt zich langzaam uit.
de wolB2
lana
Wol is warm maar kwetsbaar in de was.
de wolkB1
nube
Er hangen donkere wolken.
de wondA1
herida
Maak de wond eerst schoon.
de wondgenezingB1
cicatrización
De wondgenezing verloopt goed.
de wondverzorgingA2
cura de la herida
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
de woningA2
vivienda
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.
de woningcorporatieA2
empresa de vivienda social
De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.
de woonadresA2
domicilio
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
het wooncomplexB2
complejo residencial
Het wooncomplex telt honderd appartementen.
de woonkamerA1
salón
De woonkamer is het grootst.

