Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

15 palabras · página 1 de 1

  • vanA1

    de

    Dit is de fiets van mijn broer.

  • vanafA2

    a partir de, desde

    Vanaf maandag werk ik vier dagen per week.

  • vanuitB1

    desde (un lugar)

    Ik werk drie dagen per week vanuit huis.

  • vanwegeB1

    debido a, por

    Vanwege de storm rijden er geen treinen.

  • veelA1

    mucho

    Er zijn veel mensen buiten.

  • veertigA1

    cuarenta

    Hier mag je veertig rijden.

  • viaA2

    a través de, por

    Ik heb het nieuws via een vriendin gehoord.

  • vierA1

    cuatro

    Wij wonen op nummer vier.

  • vierdeA1

    cuarto

    Dit is mijn vierde les.

  • vijfA1

    cinco

    Het kost vijf euro.

  • vijfdeA1

    quinto

    Neem de vijfde straat links.

  • vijftigA1

    cincuenta

    Ik betaal met een briefje van vijftig.

  • volgensA2

    según

    Volgens de dokter moet ik meer bewegen.

  • voorA1

    para; antes de

    Dit cadeau is voor jou.

  • voordatB1

    antes de que

    Was je handen voordat je gaat eten.