Vocabulario
311 palabras · página 9 de 13
de verzorgendeB2
auxiliar de cuidados
De verzorgende helpt bij het opstaan.
het verzorgingshuisB1
residencia de mayores
Mijn oma woont in een verzorgingshuis.
de verzorgingsstaatB2
estado del bienestar
De verzorgingsstaat staat onder druk.
het verzorgingstehuisB2
residencia asistida
Haar moeder woont in een verzorgingstehuis.
de verzuilingB2
pilarización social
Door de verzuiling had elke groep eigen scholen en kranten.
de verzuimbegeleidingB2
seguimiento de bajas laborales
De verzuimbegeleiding start na een week.
het vetB1
grasa
Deze snack bevat veel vet en zout.
de vezelB2
fibra
Volkorenbrood bevat veel vezels.
de videoA1
vídeo
Ik heb een korte video van het feest gemaakt.
de videogameB2
videojuego
Videogames worden ook als kunstvorm besproken.
de vingerA1
dedo
Ik heb mijn vinger gesneden.
het virusA2
virus
Het virus verspreidt zich via de lucht.
de visA1
pescado
Op vrijdag eten we vaak vis.
de visiteB2
visita
We hebben zondag visite.
de visserB2
pescador
De vissers varen om vier uur uit.
de vitamineA2
vitamina
In de winter slik ik extra vitamine D.
de vlaA1
natillas
Als toetje eten we vla.
de vlagA2
bandera
Op Koningsdag hangt overal de Nederlandse vlag.
de vlaggendagB2
día oficial de la bandera
Op een officiële vlaggendag hangt de vlag uit.
het vleesA1
carne
Zij eet geen vlees.
het vliegtuigA2
avión
Het vliegtuig vertrekt om zeven uur.
de vloedB2
pleamar
Bij vloed staat het water tot de dijk.
de vloerA1
suelo (de una habitación)
De vloer is nog nat.
de vloerbedekkingB2
revestimiento del suelo
De vloerbedekking wordt vervangen door hout.
de vloerverwarmingA2
suelo radiante
In de badkamer ligt vloerverwarming.

