Vocabulario
38 palabras · página 2 de 2
verzinnenB1irregular
verzon · verzonnen · hebben verzonnen
inventar
Hij verzint altijd een smoes als hij te laat is.
verzoekenB1irregular
verzocht · verzochten · hebben verzocht
solicitar, rogar
Wij verzoeken u het formulier te ondertekenen.
vindenA1irregular
vond · vonden · hebben gevonden
encontrar; opinar
Ik kan het niet vinden.
vliegenA2irregular
vloog · vlogen · hebben/zijn gevlogen
volar
We vliegen volgende week naar Marokko.
voldoenB2irregular
voldeed · voldeden · hebben voldaan
cumplir (requisitos)
Uw aanvraag moet aan alle voorwaarden voldoen.
volhoudenB2separableirregular
hield vol · hielden vol · hebben volgehouden
aguantar, seguir adelante
Het is zwaar, maar hij houdt vol.
zich voordoenB2separablereflexivoirregular
deed voor · deden voor · hebben voorgedaan
presentarse, surgir (una situación)
Als zich een probleem voordoet, bel ons dan.
voorkomenA1separableirregular
kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen
ocurrir, darse
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorkómenA2irregular
voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen
prevenir, evitar
Met een goede planning voorkom je veel stress.
voorlezenA2separableirregular
las voor · lazen voor · hebben voorgelezen
leer en voz alta
Wil je mij de brief van de school even voorlezen?
voorzienB2irregular
voorzag · voorzagen · hebben voorzien
equipar; prever
Alle kamers zijn voorzien van een eigen badkamer.
voorzittenB2separableirregular
zat voor · zaten voor · hebben voorgezeten
presidir
Zij zal de vergadering voorzitten.
vragenA1irregular
vroeg · vroegen · hebben gevraagd
preguntar
Mag ik iets vragen?
pedir
Hij vraagt zijn buurman om hulp.

