Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

361 palabras · página 7 de 15

  • de soepA1

    sopa

    De soep is nog te heet.

  • de softwarelicentieB2

    licencia de software

    De school betaalt de softwarelicentie.

  • de softwareontwikkelingB2

    desarrollo de software

    Softwareontwikkeling is een groeiende sector.

  • de sokA1

    calcetín

    Ik kan mijn sokken niet vinden.

  • de solidariteitB2

    solidaridad

    Het zorgstelsel is gebaseerd op solidariteit.

  • de sollicitantB2

    candidato

    Er waren tachtig sollicitanten voor deze functie.

  • de sollicitatieA2

    solicitud de empleo

    Mijn sollicitatie is afgewezen.

  • de sollicitatiebriefB1

    carta de presentación

    Schrijf een korte, duidelijke sollicitatiebrief.

  • het sollicitatiegesprekA2

    entrevista de trabajo

    Ik heb morgen een sollicitatiegesprek.

  • de sollicitatieplichtB2

    obligación de buscar empleo

    Bij een uitkering geldt sollicitatieplicht.

  • de sollicitatieprocedureB2

    proceso de selección

    De sollicitatieprocedure duurt zes weken.

  • de somberheidB2

    abatimiento

    De somberheid verdween met het voorjaar.

  • de songtekstB2

    letra de la canción

    De songtekst gaat over verlies.

  • soortA1

    especie; tipo

    Deze soort staat op de rode lijst.

  • de soortenlijstB2

    lista de especies

    Op de soortenlijst staan tachtig vogels.

  • de soortenrijkdomB2

    riqueza de especies

    De soortenrijkdom in het gebied neemt af.

  • het spaargeldA2

    ahorros

    We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.

  • het spaarplanB1

    plan de ahorro

    Ik heb een spaarplan voor de studie van mijn kinderen.

  • de spaarpotA2

    hucha

    De kinderen sparen in een spaarpot.

  • de spaarquoteB2

    tasa de ahorro

    De spaarquote van huishoudens is gestegen.

  • de spaarrekeningB1

    cuenta de ahorro

    Het geld staat op een spaarrekening.

  • de spaarrenteB1

    interés del ahorro

    De spaarrente is eindelijk weer gestegen.

  • het spaartegoedB1

    saldo de ahorro

    Mijn spaartegoed groeit langzaam.

  • de spaarzegelB2

    sello de puntos

    Voor tien spaarzegels krijg je een glas.

  • de spanningA2

    tensión

    Er hing spanning in de kamer.