Vocabulario
361 palabras · página 10 de 15
het spreekwoordB2
refrán
Dat is een bekend Nederlands spreekwoord.
de spreidingB2
diversificación
Spreiding verkleint je risico.
het springtijB2
marea viva
Bij springtij is het verschil het grootst.
de sproetenB2
pecas
In de zomer krijgt zij sproeten.
het sprookjeB2
cuento de hadas
Elk sprookje heeft een moraal.
de spullenA1
cosas
Neem je spullen mee.
het staafdiagramB2
gráfico de barras
Het staafdiagram vergelijkt vier jaren.
de staarB2
cataratas
Staar is goed te opereren.
de staatB1
estado
De staat betaalt een groot deel van het onderwijs.
het staatsbestelB2
sistema estatal
Het staatsbestel is in de grondwet vastgelegd.
de staatsburgerB2
ciudadano del Estado
Na naturalisatie ben je Nederlands staatsburger.
het staatshoofdB2
jefe de Estado
Het staatshoofd ondertekent de wetten.
de staatsinrichtingB2
organización del Estado
De staatsinrichting van Nederland is een monarchie met een parlement.
de staatsschuldB2
deuda pública
De staatsschuld is de afgelopen jaren opgelopen.
de staatssteunB2
ayuda estatal
Het bedrijf kreeg staatssteun tijdens de crisis.
de stadA1
ciudad
Amsterdam is een grote stad.
het stadionA2
estadio
Het stadion zat helemaal vol met supporters.
het stadsdeelB2
distrito urbano
Elk stadsdeel heeft een eigen bestuur.
de stadsvernieuwingB2
renovación urbana
Door stadsvernieuwing kreeg de buurt een ander karakter.
de stageB1
prácticas
Hij loopt stage bij een groot bedrijf.
de stagebegeleiderB2
tutor de prácticas
De stagebegeleider komt twee keer langs.
de stagevergoedingB2
remuneración de prácticas
De stagevergoeding is vierhonderd euro per maand.
de stagiairB1
becario, persona en prácticas
De nieuwe stagiair werkt drie dagen per week bij ons.
de stagiaireB1
becaria
Onze stagiaire studeert verpleegkunde aan het mbo.
de stakingB2
huelga
Door de staking reden er geen treinen.

