Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

171 palabras · página 1 de 7

  • de raadB1

    consejo (recomendación; órgano)

    Mijn buurman gaf mij een goede raad over de tuin.

  • de raadsvergaderingB2

    sesión del pleno

    De raadsvergadering is openbaar.

  • het raamA1

    ventana

    Het raam staat open.

  • de radiatorfolieB2

    lámina reflectante para radiador

    Radiatorfolie kaatst de warmte terug de kamer in.

  • de radicaliseringB2

    radicalización

    Scholen letten op signalen van radicalisering.

  • de radioA1

    radio

    In de auto luister ik altijd naar de radio.

  • de radioloogB2

    radiólogo

    De radioloog beoordeelt de foto's.

  • het radiostationB2

    emisora de radio

    Het radiostation zendt alleen klassieke muziek uit.

  • de radiozenderB2

    cadena de radio

    Zoek de radiozender op FM.

  • de raketB2

    cohete

    De raket werd vanaf een eiland gelanceerd.

  • de randB1

    borde

    Ze wonen aan de rand van de stad.

  • de randstadB2

    conurbación de la Randstad

    In de randstad wonen de meeste mensen.

  • het rapportA2

    boletín de notas; informe

    Mijn dochter heeft een goed rapport gekregen.

  • de re-integratieB2

    reincorporación laboral

    De re-integratie verloopt stap voor stap.

  • de reactieA1

    comentario

    Onder het bericht staan honderd reacties.

  • de reactietermijnB1

    plazo de respuesta

    De reactietermijn is twee weken.

  • het realityprogrammaB2

    programa de telerrealidad

    In een realityprogramma is lang niet alles echt.

  • de reanimatieB2

    reanimación

    Door snelle reanimatie overleefde hij het.

  • het receptA2

    receta

    Dit recept komt van mijn moeder.


    receta médica

    De dokter geeft je een recept voor de apotheek.

  • de receptieB2

    recepción

    Meld u eerst bij de receptie.

  • de receptionistB2

    recepcionista

    De receptionist noteerde mijn gegevens.

  • de recessieB2

    recesión

    Het land gleed in een recessie.

  • het rechtA1

    derecho

    Je hebt recht op een advocaat.


    recto, derecho

    De weg loopt recht naar het centrum.

  • de rechtbankA2

    tribunal

    De zaak dient volgende maand voor de rechtbank.

  • de rechterA2

    juez

    De rechter deed vandaag uitspraak.