Vocabulario
171 palabras · página 4 de 7
de reisorganisatieB1
operador turístico
De reisorganisatie regelt het hotel.
het reisplanB1
plan de viaje
Ons reisplan is nog niet definitief.
de reisplannerB1
planificador de viaje
Met de reisplanner zoek je de snelste route.
de reisplanningB1
planificación del trayecto
Doe je reisplanning de avond ervoor.
het reisschemaB1
itinerario
Ons reisschema staat in de app.
de reistijdA2
tiempo de viaje
De reistijd is ongeveer een uur.
het reisverslagB1
crónica de viaje
Ze schreef een reisverslag voor de krant.
de reisverzekeringA2
seguro de viaje
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
de rekeningA2
factura; cuenta
De rekening komt volgende week.
het rekeningnummerA2
número de cuenta
Geef je rekeningnummer door.
het rekeningoverzichtB1
extracto de cuenta
Op het rekeningoverzicht zie je alles terug.
het rekwisietB2
atrezo
Elk rekwisiet ligt op zijn vaste plek.
de relatieA1
relación
Hun relatie is de laatste jaren verbeterd.
de religieB2
religión
Religie speelt in dit debat een rol.
de remediëringB2
refuerzo educativo
Na de toets volgt remediëring van de fouten.
remmenB1
remde · hebben geremd
frenar
Bij regen moet je eerder remmen.
de remmen
frenos (plural de rem)
De remmen van mijn fiets doen het niet meer.
het rendementB2
rentabilidad
Het rendement viel tegen.
de renteA2
interés
De rente op de spaarrekening is laag.
het rentetariefB1
tipo de interés
Het rentetarief van deze lening is hoog.
de reorganisatieB2
reestructuración
Door de reorganisatie verdwijnen er banen.
de reparatieA2
reparación
De reparatie wordt door de verhuurder betaald.
de reportageB2
reportaje
De reportage duurde twintig minuten.
het reptielB2
reptil
Een hagedis is een reptiel.
de republiekA2
república
Sommigen pleiten voor een republiek.
het respectA2
respeto
Met respect kom je verder dan met macht.

