Vocabulario
217 palabras · página 2 de 9
de partijB1
partido
Op welke partij ga jij bij de verkiezingen stemmen?
de partnerA1
pareja
Mijn partner werkt in het onderwijs.
pasA2
no … hasta, recién
De winkel gaat pas om tien uur open.
de pas
tarjeta
Betaal je met je pas of contant?
de paspoortaanvraagB2
solicitud de pasaporte
Voor de paspoortaanvraag maak je een afspraak.
de pastaA1
pasta
Vanavond maak ik pasta.
de patatA1
patatas fritas
Op vrijdag eten we patat.
het patentB2
patente registrada
Het patent loopt over vijf jaar af.
de patiëntB1
paciente (enfermo)
De patiënt is goed hersteld.
het patiëntendossierB1
historial médico
U mag uw patiëntendossier inzien.
het patiëntenrechtB2
derechos del paciente
Inzage in je dossier is een patiëntenrecht.
de patiëntenzorgB2
atención al paciente
De patiëntenzorg staat onder druk door personeelstekort.
de patiëntveiligheidB2
seguridad del paciente
Patiëntveiligheid staat voorop in het ziekenhuis.
de pauzeA2
descanso
We hebben om twaalf uur pauze.
de pechA2
avería; mala suerte
Ik had pech met de auto onderweg.
de peerA1
pera
Deze peer is heel zoet.
de peesB2
tendón
De pees in zijn hiel is ontstoken.
het peilbeheerB2
gestión del nivel del agua
Het peilbeheer is een taak van het waterschap.
de penA1
bolígrafo
Heb je een pen voor me?
het pensioenA2
pensión, jubilación
Zij gaat volgend jaar met pensioen.
het pensioenfondsB2
fondo de pensiones
Het pensioenfonds belegt het ingelegde geld.
het pensioenstelselB2
sistema de pensiones
Het pensioenstelsel is ingrijpend hervormd.
de pensioneringB2
jubilación
Zijn pensionering is over twee jaar.
de peperA1
pimienta
Doe er wat peper op.
het percentageB2
porcentaje
Het percentage geslaagden steeg licht.
de perforatorB2
perforadora
Gebruik de perforator voor je het opbergt.

