Vocabulario
194 palabras · página 1 de 8
de obligatieB2
bono
Obligaties gelden als minder risicovol.
de oceaanA2
océano
De oceaan neemt veel warmte op.
de ochtendA1
mañana (parte del día)
In de ochtend drink ik koffie.
het octrooiB2
patente
Het bedrijf vroeg octrooi aan op de techniek.
het oefenexamenB1
examen de práctica
Maak eerst een oefenexamen.
de oefeningA2
ejercicio
Maak oefening drie op bladzijde tien.
het oefenmateriaalB1
material de práctica
Er is genoeg oefenmateriaal online beschikbaar.
de oefentoetsA2
prueba de práctica
Maak eerst een oefentoets.
de oeverB2
orilla
Langs de oever staan wilgen.
oktoberA1
octubre
In oktober vallen de bladeren.
de olieA2
aceite
Bak het in een beetje olie.
de olijfA1
aceituna
Wil je olijven bij de borrel?
de omaA1
abuela
Mijn oma woont in een klein dorp.
de ombudsmanB2
defensor del pueblo
De ombudsman onderzocht de klacht.
de omgevingA2
alrededores, entorno
In de omgeving van ons huis zijn veel parken.
de omleidingB1
desvío
Er is een omleiding vanwege wegwerkzaamheden.
de omroepB2
cadena de radiodifusión
De publieke omroep wordt deels door de staat betaald.
de omscholingB2
reciclaje profesional
Omscholing helpt werknemers aan nieuw werk.
de omstandigheidB2
circunstancia
Onder deze omstandigheden kunnen we niet werken.
de omzetB2
facturación
De omzet groeide met vijf procent.
het onbehagenB2
malestar
Er heerst een gevoel van onbehagen onder de bevolking.
de onbeleefdheidB2
descortesía
Zulke onbeleefdheid accepteren wij niet.
de onbetrouwbaarheidB2
falta de fiabilidad
De onbetrouwbaarheid van die bron is bekend.
het onderdeelB1
parte, componente
Spreken is een onderdeel van het examen.
de onderhandelingB2
negociación
De onderhandelingen liepen vast.

