Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

104 palabras · página 3 de 5

  • de inkomensverdelingB2

    distribución de la renta

    De inkomensverdeling is in Nederland relatief gelijk.

  • het inkomensverschilB2

    diferencia de ingresos

    Het inkomensverschil tussen sectoren is groot.

  • de inkomstenB1

    ganancias, ingresos

    De inkomsten uit verhuur zijn gedaald.

  • de inkomstenbelastingB1

    impuesto sobre la renta

    De inkomstenbelasting geef je jaarlijks aan.

  • de inkomstenbronB1

    fuente de ingresos

    Zijn enige inkomstenbron is zijn pensioen.

  • de inleidingB1

    introducción

    Begin je brief met een korte inleiding.

  • de innovatieB2

    innovación

    Innovatie is nodig om te blijven concurreren.

  • het innovatiefondsB2

    fondo de innovación

    Het innovatiefonds steunt kleine bedrijven.

  • de inpolderingB2

    desecación de tierras

    Door inpoldering ontstond nieuw land.

  • de inruilB2

    entrega a cuenta

    Bij inruil van je oude toestel krijg je korting.

  • het inschrijfbewijsB1

    justificante de empadronamiento

    Bewaar je inschrijfbewijs van de gemeente.

  • het inschrijfgeldA2

    cuota de inscripción

    Het inschrijfgeld betaal je één keer.

  • de inschrijvingB1

    inscripción, empadronamiento

    Uw inschrijving bij de gemeente is verwerkt.

  • het insectB1

    insecto

    In de zomer zijn er veel insecten.

  • de insluitingB2

    acción de incluir

    Beleid moet gericht zijn op insluiting, niet op uitsluiting.

  • de inspecteurB2

    inspector

    De inspecteur kwam onaangekondigd langs.

  • de inspiratieB2

    inspiración

    Ik haal veel inspiratie uit de natuur.

  • de inspraakB1

    participación, voz

    Bewoners kregen inspraak in het ontwerp.

  • de inspraakavondB1

    sesión vecinal de consulta

    Er komt een inspraakavond over het bouwplan.

  • de instantieB1

    organismo

    Neem contact op met de juiste instantie.

  • het instaptariefB2

    tarifa de entrada

    Het instaptarief geldt alleen het eerste jaar.

  • de instellingB2

    institución; ajuste

    Hij woont in een instelling voor mensen met een beperking.

  • de instemmingB2

    aprobación

    Het voorstel kreeg brede instemming.

  • het instituutB2

    instituto

    Zij werkt als onderzoeker bij een instituut voor gezondheid.

  • de instructieB1

    instrucción

    Lees de instructie voordat je de machine gebruikt.