Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

10 palabras · página 1 de 1

  • daarA1

    allí

    Daar staat mijn fiets.

  • daardoorB1

    por eso, debido a ello

    De trein had vertraging, daardoor kwam ik te laat.

  • daarentegenB2

    en cambio

    Hij werkt langzaam; zij daarentegen is heel snel.

  • daarnaA1

    después

    Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.

  • daarnaastA2

    además

    Daarnaast volg ik een cursus.

  • daaromA1

    por eso

    Het regende, daarom bleef ik thuis.

  • derhalveB2

    por consiguiente

    De termijn is verstreken; het verzoek wordt derhalve afgewezen.

  • desondanksB2

    a pesar de ello

    Hij was ziek en kwam desondanks werken.

  • dichtbijA1

    cerca

    De school is heel dichtbij.

  • dusA1

    así que

    Het is laat, dus ik ga naar huis.