Vocabulario
150 palabras · página 5 de 6
het documentB1
documento
Sla het document op voordat je de computer uitzet.
de documentaireB2
documental
De documentaire won een prijs.
de documentatieB2
documentación
De documentatie is online beschikbaar.
het doekA1
trapo
Veeg de tafel af met een doek.
het doelA1
meta, objetivo
Wat is het doel van deze cursus?
de doelgerichtheidB2
orientación a objetivos
Haar doelgerichtheid valt op.
de doelgroepB2
público objetivo
Wie is de doelgroep van dit programma?
de doelstellingB1
objetivo
We hebben onze doelstelling gehaald.
de dokterA1
médico
Ik ga morgen naar de dokter.
het doktersadviesB1
consejo médico
Volg het doktersadvies goed op.
de doktersassistentA2
auxiliar de consulta
De doktersassistent maakt de afspraken.
het doktersbezoekB1
visita al médico
Na het doktersbezoek voelde ik me gerustgesteld.
de domineeB2
pastor protestante
De dominee sprak bij de uitvaart.
de donateurB2
donante
De stichting heeft vijfduizend donateurs.
de donatieB2
donativo
De organisatie leeft van donaties.
de donderdagA1
jueves
De les is elke donderdag.
doodA2
muerto
De plant is dood, want ik vergat water te geven.
de dood
muerte
Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.
de dooiB2
deshielo
Na de dooi kwamen er gaten in de weg.
de doorstroomB2
paso al siguiente nivel
De doorstroom naar het hoger onderwijs is gestegen.
de doorverwijzingB2
derivación médica
Zonder doorverwijzing kom je er niet binnen.
de doosA1
caja
De boeken zitten in een doos.
het dorpA1
pueblo
Zij komt uit een klein dorp.
het dorpshuisB2
casa del pueblo
Het dorpshuis is het hart van de gemeenschap.
de dorpskernB2
casco del pueblo
De winkels staan in de dorpskern.
het dorpslevenB2
vida rural
Het dorpsleven draait om de vereniging.

