Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

31 palabras · página 2 de 2

  • dromenA1

    droomde · hebben gedroomd

    soñar

    Ik droomde vannacht over mijn familie.

  • duikenB1irregular

    dook · doken · hebben/zijn gedoken

    bucear, zambullirse

    De jongens duiken van de brug in het water.

  • durenA2

    duurde · hebben geduurd

    durar

    Hoe lang duurt de les?

  • durvenA1

    durfde · hebben gedurfd

    atreverse

    Ik durf het niet te vragen.

  • dweilenA2

    dweilde · hebben gedweild

    fregar el suelo

    De vloer moet nog gedweild worden.

  • dwingenB1irregular

    dwong · dwongen · hebben gedwongen

    obligar, forzar

    Niemand kan je dwingen om te stoppen met je studie.