Vocabulario
73 palabras · página 1 de 3
bakkenA2irregular
bakte · bakten · hebben gebakken
freír, hornear
Ik bak een ei voor het ontbijt.
baserenB2
baseerde · hebben gebaseerd
basar (en)
Het advies is gebaseerd op de toetsen van dit jaar.
beantwoordenB1
beantwoordde · hebben beantwoord
contestar, responder
Beantwoord de vragen in hele zinnen.
bedankenA1
bedankte · hebben bedankt
agradecer
Ik wil je bedanken voor je hulp.
bedenkenA2irregular
bedacht · bedachten · hebben bedacht
idear, inventar
Wie heeft dit plan bedacht?
zich bedenkenreflexivo
cambiar de opinión
Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.
bedervenA2irregular
bedierf · bedierven · zijn bedorven
estropearse
Vlees bederft snel in de warmte.
bedoelenA1
bedoelde · hebben bedoeld
querer decir
Wat bedoel je precies?
bedreigenB2
bedreigde · hebben bedreigd
amenazar (a alguien)
De man bedreigde de verkoper met een mes.
beginnenA1irregular
begon · begonnen · zijn begonnen
empezar
De les begint om negen uur.
begravenB2irregular
begroef · begroeven · hebben begraven
enterrar
Mijn opa is begraven op de begraafplaats in het dorp.
begrijpenA1irregular
begreep · begrepen · hebben begrepen
entender
Ik begrijp de vraag niet helemaal.
behalenB2
behaalde · hebben behaald
obtener, lograr
Zij heeft haar diploma met mooie cijfers behaald.
behandelenB1
behandelde · hebben behandeld
tratar
De huisarts behandelt mijn klachten met rust en medicijnen.
behorenB2
behoorde · hebben behoord
pertenecer (a)
Nederland behoort tot de rijkste landen van de wereld.
behoudenB2irregular
behield · behielden · hebben behouden
conservar, mantener
De gemeente wil het oude centrum behouden.
bekijkenA2irregular
bekeek · bekeken · hebben bekeken
contemplar, ver con atención
Wil je de foto's van de vakantie bekijken?
bekritiserenB2
bekritiseerde · hebben bekritiseerd
criticar
De pers bekritiseerde het besluit scherp.
belevenA2
beleefde · hebben beleefd
vivir (una experiencia)
Iedereen beleeft zo'n dag anders.
bellenA1
belde · hebben gebeld
llamar (por teléfono)
Ik bel je vanavond na het eten.
belovenB1
beloofde · hebben beloofd
prometer
Hij beloofde het morgen af te maken.
bemiddelenB2
bemiddelde · hebben bemiddeld
mediar
Een collega bemiddelde in het conflict.
zich bemoeienB2reflexivo
bemoeide · hebben bemoeid
entrometerse
Bemoei je er niet mee, het is haar zaak.
benaderenB1
benaderde · hebben benaderd
dirigirse a
U kunt ons per e-mail benaderen.
benadrukkenB2
benadrukte · hebben benadrukt
subrayar
Zij benadrukte het belang van goede afspraken.
benijdenB2
benijdde · hebben benijd
envidiar
Ik benijd haar rust niet weinig.

