Vocabulario
11 palabras · página 1 de 1
behoorlijkB1
bastante, considerablemente
Het is behoorlijk koud vandaag, trek een jas aan.
benedenA2
abajo (en la planta baja)
De keuken is beneden en de slaapkamers zijn boven.
beterA1
mejor
Ik voel me vandaag al beter.
bijnaA1
casi
Ik ben bijna klaar.
bijvoorbeeldA1
por ejemplo
Neem bijvoorbeeld de bus van acht uur.
binnenA1
dentro
Kom binnen, het is koud buiten.
binnenkortA2
próximamente
Binnenkort gaan we verhuizen naar een groter huis.
blijkbaarB2
por lo visto
Blijkbaar was de brief nooit aangekomen.
bovenA1
arriba
De slaapkamers zijn boven.
bovendienA2
además
Het is duur en bovendien ver weg.
buitenA1
fuera
De kinderen spelen buiten.

