Vocabulario
38 palabras · página 2 de 2
biologischA2
biológico, orgánico
Deze groente is biologisch geteeld.
bitterA2
amargo
Zwarte koffie smaakt bitter.
blauwA1
azul
De lucht is vandaag blauw.
blijA1
contento
Ik ben blij met het resultaat.
blijmoedigB2
animoso
Zij bleef blijmoedig onder alle tegenslag.
boeiendB2
fascinante
Het was een boeiende lezing.
boosA2
enfadado
Hij was boos op zijn collega.
brandalarmB2
alarma de incendios
Bij brandalarm verlaat u direct het gebouw.
breedA1
ancho
Dit is een brede straat.
breekbaarB2
frágil
Let op: breekbaar.
bruinA1
marrón
Ik eet liever bruin brood.
buigzaamB2
flexible, maleable
Het materiaal is licht en buigzaam.
buitenlandsB1
extranjero
Op onze school leren veel buitenlandse studenten Nederlands.

