Vocabulario
386 palabras · página 15 de 16
het bureauA2
escritorio; oficina, agencia
Ik heb een bureau bij het raam in mijn kamer.
de bureaustoelB2
silla de oficina
Stel je bureaustoel goed af.
de burenA2
vecinos
Onze buren zijn erg vriendelijk.
de burenruzieB2
disputa vecinal
De burenruzie ging over een schutting.
de burgemeesterA2
alcalde
De burgemeester opende de nieuwe brug.
de burgerA2
ciudadano
Elke burger heeft dezelfde rechten.
het burgerinitiatiefB1
iniciativa ciudadana
Het burgerinitiatief kreeg veel handtekeningen.
het burgerlijkB2
civil
Dit valt onder het burgerlijk recht.
de burgerparticipatieB2
participación ciudadana
De gemeente zet in op burgerparticipatie.
de burgerplichtB1
deber ciudadano
Belasting betalen is een burgerplicht.
het burgerrechtB1
derecho ciudadano
Stemmen is een burgerrecht.
het burgerschapB2
ciudadanía
Burgerschap wordt op school onderwezen.
de burgerschapsvormingB2
educación para la ciudadanía
Burgerschapsvorming is een schoolvak geworden.
het burgerservicenummerA2
número de servicio ciudadano
U hebt uw burgerservicenummer nodig.
de burgerzakenB1
registro civil
Voor een paspoort ga je naar Burgerzaken.
de burn-outB2
burnout
Zij zit al maanden thuis met een burn-out.
de busA2
autobús
De bus stopt voor het station.
de busbaanB2
carril bus
De bus rijdt over een vrije busbaan.
de buschauffeurB2
conductor de autobús
De buschauffeur wachtte nog even.
het bushokjeA2
marquesina
We schuilden in het bushokje voor de regen.
het businessplanB2
plan de negocio
Zonder businessplan krijg je geen lening.
de buslijnB1
línea de autobús
Buslijn 12 stopt hier vlakbij.
de buspasA2
abono de autobús
Met een buspas reis je goedkoper.
de buurmanA1
vecino
De buurman helpt ons vaak.
de buurtA1
barrio
Onze buurt is de laatste jaren veranderd.

