Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

386 palabras · página 12 de 16

  • het boekingskantoorB2

    agencia de contratación

    Het boekingskantoor plant de hele tournee.

  • de boekverfilmingB2

    adaptación cinematográfica

    De boekverfilming stelde de lezers teleur.

  • de boerB2

    agricultor, granjero

    De boer verkoopt zijn melk aan de fabriek.

  • de boerderijA2

    granja

    Mijn oom woont op een boerderij met koeien en kippen.

  • de boerderijwinkelB2

    tienda de la granja

    In de boerderijwinkel koop je rechtstreeks bij de boer.

  • de boeteB1

    multa

    Ik heb een boete gekregen voor te hard rijden.

  • het boetebeleidB2

    política de multas

    Het boetebeleid werkt niet bij iedereen.

  • de bonA2

    recibo

    Bewaar de bon voor de garantie.


    multa

    Hij kreeg een bon omdat hij te hard reed.

  • het bondgenootschapB2

    alianza

    Het bondgenootschap bestaat uit dertig landen.

  • de bonuskaartB2

    tarjeta de fidelidad

    Met de bonuskaart krijg je korting.

  • de boodschapA2

    mensaje (contenido)

    De boodschap van de campagne is duidelijk.

  • de boodschappenA2

    compras (de comida)

    Ik doe zaterdag boodschappen.

  • het boodschappenlijstjeA2

    lista de la compra

    Ik maak altijd een boodschappenlijstje.

  • de boodschappentasA2

    bolsa de la compra

    Neem je eigen boodschappentas mee.

  • de boomA2

    árbol

    Voor het huis staat een grote boom.

  • de boomsoortB1

    especie de árbol

    Welke boomsoort groeit hier het beste?

  • de boonA1

    judía

    Er staan bonen op het menu.

  • de boordB1

    a bordo

    Alle passagiers zijn nu aan boord van het vliegtuig.

  • de boormachineB2

    taladro

    Mag ik je boormachine even lenen?

  • het bordA1

    plato

    Zet de borden op tafel.


    cartel, señal

    Op het bord staat dat je hier niet mag parkeren.

  • de borgA2

    fianza

    De borg krijg je later terug.

  • de borgsomB2

    fianza

    De borgsom krijg je terug bij vertrek.

  • de borrelB2

    copas informales

    Na het werk is er een borrel.

  • de borstA1

    pecho

    Hij voelt pijn op zijn borst.

  • de borstvoedingB2

    lactancia materna

    Zij geeft de eerste maanden borstvoeding.