Vocabulary
269 words · page 11 of 11
de woonadresA2
home address
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
het wooncomplexB2
housing complex
Het wooncomplex telt honderd appartementen.
de woonkamerA1
living room
De woonkamer is het grootst.
de woonlastenB1
housing costs
De woonlasten zijn dit jaar flink gestegen.
de woonoverlastB2
nuisance from neighbours
Bij woonoverlast kun je de verhuurder inschakelen.
de woonruimteA2
living space
Woonruimte is in deze stad schaars.
het woordA1
word
Ik ken dit woord nog niet.
het woordenboekA2
dictionary
Zoek het woord op in het woordenboek.
de woordenschatB2
vocabulary
Voor B2 heb je een brede woordenschat nodig.
het woordgebruikB2
word usage
Zijn woordgebruik is opvallend formeel.
de woordgrapB2
pun
Een woordgrap is bijna niet te vertalen.
de woordkeuzeB1
word choice
Let op je woordkeuze in een formele brief.
de woordvoerderB2
spokesperson
De woordvoerder gaf geen commentaar.
de woordvolgordeB2
word order
In een bijzin verandert de woordvolgorde.
wordenA1irregular
werd · werden · zijn geworden
to become
Hij wil dokter worden.
(passive auxiliary: is/are being)
De brief wordt morgen verstuurd.
de workshopB1
workshop
Ik volg zaterdag een workshop over solliciteren.
de worstA1
sausage
Bij de slager kocht ik worst.
de wortelA1
carrot
Doe de wortels in de soep.
root
De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.
de wrokB2
resentment, grudge
Zij koestert geen wrok tegen haar oude werkgever.

