Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

145 woorden · pagina 6 van 6

  • uitnodigenB1scheidbaar

    nodigde uit · hebben uitgenodigd

    to invite

    Ze hebben ons uitgenodigd voor het feest.

  • uitpratenB2scheidbaar

    praatte uit · hebben uitgepraat

    to finish speaking

    Mag ik even uitpraten?

  • uitrustenB1scheidbaar

    rustte uit · hebben uitgerust

    to rest

    Na die drukke week moet ik even uitrusten.


    to equip, to fit out

    De nieuwe auto is uitgerust met airco.

  • uitstappenA2scheidbaar

    stapte uit · zijn uitgestapt

    to get off

    Bij welke halte moet ik uitstappen?

  • uitstervenB2scheidbaaronregelmatig

    stierf uit · stierven uit · zijn uitgestorven

    to become extinct

    Deze vogelsoort dreigt uit te sterven.

  • uitvoerenB1scheidbaar

    voerde uit · hebben uitgevoerd

    to carry out, to perform

    De schilder voert de opdracht volgende week uit.

  • uitzendenB2scheidbaaronregelmatig

    zond uit · zonden uit · hebben uitgezonden

    to broadcast; to send out (temp work)

    De omroep zendt het concert vanavond live uit.

  • uitzoekenA2scheidbaaronregelmatig

    zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht

    to find out, to sort out

    Ik zoek uit wat de regels precies zijn.

  • vaststellenB2scheidbaar

    stelde vast · hebben vastgesteld

    to establish, to note

    Wij stellen vast dat er niets is veranderd.

  • volhoudenB2scheidbaaronregelmatig

    hield vol · hielden vol · hebben volgehouden

    to keep going

    Het is zwaar, maar hij houdt vol.

  • voorbereidenA2scheidbaar

    bereidde voor · hebben voorbereid

    to prepare (something)

    We bereiden de vergadering samen voor.


    zich voorbereidenwederkerend

    to prepare oneself, to get ready

    Ik bereid me voor op het examen.

  • zich voordoenB2scheidbaarwederkerendonregelmatig

    deed voor · deden voor · hebben voorgedaan

    to arise, to occur (of a situation)

    Als zich een probleem voordoet, bel ons dan.

  • voorkomenA1scheidbaaronregelmatig

    kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen

    to occur, to happen

    Dat probleem komt hier vaak voor.

  • voorlezenA2scheidbaaronregelmatig

    las voor · lazen voor · hebben voorgelezen

    to read aloud

    Wil je mij de brief van de school even voorlezen?

  • voorstellenB1scheidbaar

    stelde voor · hebben voorgesteld

    to propose, to suggest

    Mag ik een andere datum voorstellen?


    to introduce; to imagine (zich voorstellen)

    Mag ik me even voorstellen? Ik ben Sara.

  • voorzittenB2scheidbaaronregelmatig

    zat voor · zaten voor · hebben voorgezeten

    to chair

    Zij zal de vergadering voorzitten.

  • weggaanA2scheidbaaronregelmatig

    ging weg · gingen weg · zijn weggegaan

    to leave

    Wanneer ga je weg?

  • weggooienA2scheidbaar

    gooide weg · hebben weggegooid

    to throw away

    Gooi het oude papier weg.

  • zich ziekmeldenA2scheidbaarwederkerend

    meldde ziek · hebben ziekgemeld

    to call in sick

    Je moet je voor negen uur ziekmelden.

  • zittenblijvenB2scheidbaaronregelmatig

    bleef zitten · bleven zitten · zijn blijven zitten

    to repeat a year

    Zittenblijven helpt niet altijd.