Woordenschat
3981 woorden · pagina 40 van 160
de examenstressB1
exam stress
Veel studenten hebben last van examenstress.
de examentrainingB1
exam preparation course
De examentraining duurt vier weken.
de examenuitslagB1
exam result
De examenuitslag komt over vier weken.
de examenvoorbereidingB1
exam preparation
De examenvoorbereiding duurt twee maanden.
de examenvraagB1
exam question
Elke examenvraag heeft vier antwoorden.
de excursieB1
excursion, field trip
De school organiseert een excursie naar het museum.
de excusesB2
apologies
Het bedrijf bood schriftelijk excuses aan.
het excuusB1
apology; excuse
Hij bood zijn excuses aan voor het late antwoord.
de expertB1
expert (specialist)
Een expert legt op tv uit wat er gebeurd is.
de exportwaardeB2
export value
De exportwaarde van de landbouw is enorm.
de expositieruimteB2
exhibition space
De expositieruimte is opnieuw ingericht.
de faalangstB2
fear of failure
Door faalangst presteert hij onder zijn niveau.
de factcheckB2
fact check
Na een factcheck bleek de bewering onjuist.
de factuurA2
invoice
De factuur moet binnen 14 dagen betaald worden.
het factuurnummerB2
invoice number
Vermeld altijd het factuurnummer bij de betaling.
de faculteitB2
faculty
Hij studeert aan de faculteit rechten.
het faillissementB2
bankruptcy
Na het faillissement verloren dertig mensen hun baan.
de familieA1
family
Mijn familie komt zondag eten.
het familiebezoekA1
family visit
Zondag hebben we familiebezoek.
het familielidA1
family member
Er komt een familielid op bezoek.
de fanA2
fan
Mijn zoon is een grote fan van deze voetballer.
de faseB2
phase, stage
Het project zit nu in de laatste fase.
februariA1
February
In februari is het meestal koud.
het feestA1
party
Zaterdag is er een feest.
de feestdagB1
public holiday
Op feestdagen zijn de winkels dicht.

