Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

215 woorden · pagina 3 van 9

  • de kennistoetsB1

    knowledge test

    De kennistoets bestaat uit veertig vragen.

  • de kennisvergaringB2

    knowledge gathering

    Kennisvergaring gaat verder dan boeken lezen.

  • de kennisverwervingB2

    knowledge acquisition

    Kennisverwerving verloopt bij iedereen anders.

  • de kerkA1

    church

    De kerk staat op het plein.

  • de kermisB2

    funfair

    De kermis staat een week op het plein.

  • het kernafvalB2

    nuclear waste

    Kernafval blijft duizenden jaren gevaarlijk.

  • de kernenergieB2

    nuclear energy

    Over kernenergie wordt fel gediscussieerd.

  • het kernpuntB2

    key point

    Wat is het kernpunt van zijn betoog?

  • de kernzinB2

    topic sentence

    Zoek in elke alinea de kernzin.

  • de keukenA1

    kitchen

    De keuken is net schoongemaakt.

  • de keukenhulpB2

    kitchen assistant

    Als keukenhulp begin je met snijwerk.

  • de keuringB2

    medical examination

    Voor deze functie is een keuring verplicht.

  • de keuringsinstantieB2

    inspection body

    Een onafhankelijke keuringsinstantie doet de test.

  • het keurmerkB2

    quality mark

    Let bij het bestellen op een betrouwbaar keurmerk.

  • de keuzeA2

    choice

    Er is genoeg keuze.

  • de kierdichtingB2

    draught sealing

    Kierdichting is de goedkoopste maatregel.

  • de kiesB2

    molar

    Er moet een kies getrokken worden.

  • de kiescampagneB2

    election campaign

    De kiescampagne draait om koopkracht.

  • de kiezerB2

    voter

    De kiezer beslist uiteindelijk.

  • het kiezersonderzoekB2

    voter survey

    Uit het kiezersonderzoek blijkt veel twijfel.

  • het kijkcijferB2

    viewing figure

    De kijkcijfers vielen tegen.

  • de kijkerB2

    viewer

    Het programma trok gisteren twee miljoen kijkers.

  • de kiloA1

    kilo

    Een kilo appels kost op de markt twee euro.

  • de kilometerB1

    kilometre

    Het is nog twintig kilometer rijden.

  • de kinA1

    chin

    Hij stootte zijn kin bij het vallen.