Woordenschat
13 woorden · pagina 1 van 1
inhalenB1scheidbaar
haalde in · hebben ingehaald
to overtake
Hier mag je niet inhalen.
to catch up on, to make up
Ze moet de gemiste lessen nog inhalen.
inleverenA2scheidbaar
leverde in · hebben ingeleverd
to hand in
Je moet je huiswerk voor vrijdag inleveren.
inloggenA2scheidbaar
logde in · hebben ingelogd
to log in
Log in met je e-mailadres.
inpakkenA2scheidbaar
pakte in · hebben ingepakt
to pack; to wrap
Morgen gaan we op vakantie, dus ik moet nog inpakken.
inrichtenA2scheidbaar
richtte in · hebben ingericht
to furnish
We moeten de woonkamer nog inrichten.
zich inschrijvenB1scheidbaarwederkerendonregelmatig
schreef in · schreven in · hebben ingeschreven
to register, to enrol
Je kunt je online inschrijven voor de cursus.
instappenA2scheidbaar
stapte in · zijn ingestapt
to board, to get in
U kunt achterin instappen.
instemmenB1scheidbaar
stemde in · hebben ingestemd
to agree, to consent
De meerderheid stemde met het voorstel in.
invoerenB2scheidbaar
voerde in · hebben ingevoerd
to introduce (a measure)
De nieuwe wet wordt volgend jaar ingevoerd.
to enter (data)
Vul het formulier in en voer je gegevens in.
invullenA2scheidbaar
vulde in · hebben ingevuld
to fill in
Vul het formulier volledig in.
inwerkenB1scheidbaar
werkte in · hebben ingewerkt
to train (a new employee)
Een collega werkt je de eerste week in.
inzamelenB1scheidbaar
zamelde in · hebben ingezameld
to collect (waste, money)
De gemeente komt op dinsdag het oud papier inzamelen.
zich inzettenB1scheidbaarwederkerend
zette in · hebben ingezet
to commit oneself, to work for
Zij zet zich in voor de buurt.

