Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

27 palabras · página 1 de 2

  • zich aankledenA2separablereflexivo

    kleedde aan · hebben aangekleed

    vestirse

    Ik kleed me snel aan en ga naar mijn werk.

  • zich aanmeldenB1separablereflexivo

    meldde aan · hebben aangemeld

    darse de alta

    U kunt zich online aanmelden.

  • aanpassenA2separable

    paste aan · hebben aangepast

    ajustar, adaptar (algo)

    We passen het rooster aan de vakantie aan.


    zich aanpassenreflexivo

    adaptarse

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • zich afmeldenB1separablereflexivo

    meldde af · hebben afgemeld

    darse de baja

    Vergeet niet je af te melden als je niet komt.

  • zich afvragenB1separablereflexivoirregular

    vroeg af · vroegen af · hebben afgevraagd

    preguntarse

    Ik vraag me af of dat wel klopt.

  • bedenkenA2irregular

    bedacht · bedachten · hebben bedacht

    idear, inventar

    Wie heeft dit plan bedacht?


    zich bedenkenreflexivo

    cambiar de opinión

    Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.

  • zich bezighoudenB1separablereflexivoirregular

    hield bezig · hielden bezig · hebben beziggehouden

    ocuparse de, dedicarse a

    Zij houdt zich bezig met vrijwilligerswerk.

  • zich concentrerenB1reflexivo

    concentreerde · hebben geconcentreerd

    concentrarse

    Ik kan me niet concentreren met dit lawaai.

  • zich gedragenB1reflexivoirregular

    gedroeg · gedroegen · hebben gedragen

    comportarse

    De kinderen gedroegen zich keurig op het feest.

  • zich haastenB1reflexivo

    haastte · hebben gehaast

    darse prisa

    Je hoeft je niet te haasten, we hebben tijd.

  • zich herinnerenA2reflexivo

    herinnerde · hebben herinnerd

    recordar

    Ik herinner me haar naam niet meer.

  • zich inschrijvenB1separablereflexivoirregular

    schreef in · schreven in · hebben ingeschreven

    inscribirse

    Je kunt je online inschrijven voor de cursus.

  • zich interesserenB1reflexivo

    interesseerde · hebben geïnteresseerd

    interesarse por

    Hij interesseert zich voor geschiedenis.

  • zich inzettenB1separablereflexivo

    zette in · hebben ingezet

    esforzarse por, comprometerse con

    Zij zet zich in voor de buurt.

  • ontwikkelenA1

    ontwikkelde · hebben ontwikkeld

    desarrollar (algo)

    Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.


    zich ontwikkelenreflexivo

    desarrollarse

    Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.

  • zich realiserenA2reflexivo

    realiseerde · hebben gerealiseerd

    darse cuenta

    Ik realiseerde me pas later wat er gebeurd was.

  • zich richtenA1reflexivo

    richtte · hebben gericht

    dirigirse a, centrarse en

    De cursus richt zich op beginners.

  • zich schamenB1reflexivo

    schaamde · hebben geschaamd

    avergonzarse

    Hij schaamde zich voor zijn fout.

  • verantwoordenB1

    verantwoordde · hebben verantwoord

    justificar (una decisión)

    Je moet je keuzes kunnen verantwoorden.


    zich verantwoordenreflexivo

    rendir cuentas

    Hij moest zich verantwoorden tegenover de directie.

  • zich vergissenB1reflexivo

    vergiste · hebben vergist

    equivocarse

    Sorry, ik heb me vergist in de datum.

  • zich verslapenA2reflexivoirregular

    versliep · versliepen · hebben verslapen

    quedarse dormido

    Ik heb me verslapen en kwam te laat.

  • zich vervelenA2reflexivo

    verveelde · hebben verveeld

    aburrirse

    De kinderen vervelen zich in de vakantie.

  • verzettenA2

    verzette · hebben verzet

    cambiar de fecha (una cita)

    Kunnen we de afspraak naar vrijdag verzetten?


    zich verzettenreflexivo

    oponerse, resistirse

    Veel bewoners verzetten zich tegen het plan.

  • zich vestigenA2reflexivo

    vestigde · hebben gevestigd

    establecerse

    Veel jonge gezinnen vestigen zich in deze wijk.

  • voelenA1

    voelde · hebben gevoeld

    sentir (algo)

    Ik voel de wind in mijn gezicht.


    zich voelenreflexivo

    sentirse

    Ik voel me vandaag beter.