Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7824 palabras · página 97 de 313

  • grappigA2

    gracioso

    Mijn broer vertelt altijd grappige verhalen.

  • het grasB1

    hierba

    Het gras moet gemaaid worden.

  • gratisA1

    gratis

    De eerste les is gratis.

  • grauwB2

    gris, plomizo

    Het was een grauwe dag met veel wolken.

  • gravenB1irregular

    groef · groeven · hebben gegraven

    cavar

    De kinderen graven een groot gat op het strand.

  • de greepB1

    agarre; asa

    Met één greep pakte hij de tas van tafel.

  • de grensA2

    frontera; límite

    Bij de grens met Duitsland is geen controle meer.

  • de grenscontroleB2

    control fronterizo

    Bij de grenscontrole liet hij zijn paspoort zien.

  • de grensregioB2

    región fronteriza

    In de grensregio werken veel mensen over de grens.

  • grenzenB2

    grensde · hebben gegrensd

    limitar (con)

    Nederland grenst aan Duitsland en België.

  • gretigB2

    ávido, ansioso

    De kinderen pakten gretig een stuk taart.

  • GrieksA2

    griego

    We hebben gisteren bij een Grieks restaurant gegeten.

  • de griepA2

    gripe

    Half kantoor heeft de griep.

  • de griepprikA2

    vacuna de la gripe

    Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.

  • de grijnsB2

    sonrisa burlona

    Met een brede grijns vertelde hij het nieuws.

  • grijnzenB2

    grijnsde · hebben gegrijnsd

    sonreír con malicia

    Hij grijnsde toen hij de verbaasde gezichten zag.

  • grijpenB1irregular

    greep · grepen · hebben gegrepen

    agarrar

    Hij greep snel zijn tas en rende naar de bus.

  • grijsA1

    gris

    De lucht is vandaag grijs.

  • grinnikenB2

    grinnikte · hebben gegrinnikt

    reírse por lo bajo

    Hij grinnikte om de grap van zijn collega.

  • de groeiB1

    crecimiento

    De groei van de economie was dit jaar klein.

  • het groeicijferB2

    cifra de crecimiento

    Het groeicijfer viel lager uit dan verwacht.

  • de groeicurveB2

    curva de crecimiento

    Zijn groeicurve loopt keurig mee.

  • groeienA2

    groeide · zijn gegroeid

    crecer

    De tomaten groeien goed in de warme kas.

  • het groeiseizoenB2

    período de crecimiento

    Het groeiseizoen is door de warmte langer geworden.

  • de groeispurtB2

    estirón

    In de puberteit volgt een groeispurt.