Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4398 palabras · página 96 de 176

  • de nierA1

    riñón

    Hij heeft problemen met zijn nieren.

  • de nietmachineB2

    grapadora

    De nietmachine is leeg.

  • het nietteminB2

    no obstante

    Het was koud; niettemin gingen we op pad.

  • de nieuwbouwB2

    obra nueva

    Veel jonge gezinnen wonen in de nieuwbouw buiten de stad.

  • het nieuwsA1

    noticias

    Ik volg het nieuws elke ochtend.

  • de nieuwsbriefB2

    boletín

    De nieuwsbrief verschijnt elke maandag.

  • de nieuwsbronB2

    fuente informativa

    Controleer altijd je nieuwsbron.

  • het nieuwsfeitB2

    hecho noticioso

    Scheid het nieuwsfeit van de interpretatie.

  • de nieuwsgaringB2

    recopilación de noticias

    Zorgvuldige nieuwsgaring kost tijd.

  • de nieuwsgierigheidB2

    curiosidad

    Uit nieuwsgierigheid las hij het hele rapport.

  • het nieuwsoverzichtB2

    resumen informativo

    Elk uur volgt een kort nieuwsoverzicht.

  • de nieuwsredactieB2

    redacción de noticias

    De nieuwsredactie werkt dag en nacht door.

  • de nieuwswaardeB2

    valor noticioso

    Dit bericht heeft weinig nieuwswaarde.

  • het niveauA2

    nivel

    Op welk niveau zit je nu?

  • de noodB1

    necesidad, apuro

    Bel in geval van nood 112.

  • het noodnummerB2

    número de emergencias

    Het noodnummer in Nederland is 112.

  • de noodprocedureB2

    procedimiento de emergencia

    De noodprocedure hangt bij elke uitgang.

  • de noodzaakB2

    necesidad (urgencia)

    Ik zie de noodzaak van deze verandering niet.

  • het noordenA2

    norte

    Groningen ligt in het noorden van Nederland.

  • de nootA1

    nuez

    Ik ben allergisch voor noten.


    nota (musical)

    Bij deze noot moet je het pedaal indrukken.

  • de normB2

    norma

    Wat als norm geldt, verschilt per generatie.

  • de normenB2

    normas

    Normen en waarden verschillen per cultuur.

  • de normeringB2

    baremación

    De normering wordt na afloop vastgesteld.

  • de notariskostenB2

    gastos de notaría

    De notariskosten komen er nog bij.

  • de notitieB1

    apunte, nota

    Ik maakte een notitie tijdens het gesprek.