Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

1756 palabras · página 9 de 71

  • de boterhamA1

    rebanada de pan

    Ik neem twee boterhammen mee.

  • bouwenA2

    bouwde · hebben gebouwd

    construir

    Hier gaan ze honderd nieuwe woningen bouwen.

  • bovenA1

    arriba

    De slaapkamers zijn boven.

  • bovendienA2

    además

    Het is duur en bovendien ver weg.

  • de brandA2

    incendio

    Bij brand moet je direct 112 bellen.

  • breedA1

    ancho

    Dit is een brede straat.

  • brekenA2irregular

    brak · braken · hebben/zijn gebroken

    romper

    Ze is gevallen en heeft haar arm gebroken.

  • brengenA1irregular

    bracht · brachten · hebben gebracht

    llevar, traer

    Ik breng de kinderen naar school.

  • de briefA1

    carta

    Ik heb een brief van de gemeente gekregen.

  • de brievenbusA1

    buzón

    Er zit post in de brievenbus.

  • de brilA1

    gafas

    Zonder bril zie ik niets.

  • de broekA1

    pantalón

    Deze broek is te lang.

  • de broerA1

    hermano

    Mijn broer woont in België.

  • de bronA1

    fuente

    Controleer altijd de bron van een bericht.

  • het broodA1

    pan

    Ik eet elke ochtend brood.

  • de brugA2

    puente

    De brug is open voor een boot.

  • bruinA1

    marrón

    Ik eet liever bruin brood.

  • het budgetA2

    presupuesto

    Mijn budget voor deze maand is op.

  • de buikA1

    barriga

    Mijn buik doet pijn.

  • de buikpijnA2

    dolor de barriga

    Het kind heeft buikpijn.

  • buitenA1

    fuera

    De kinderen spelen buiten.

  • de buitenlampA1

    luz exterior

    De buitenlamp gaat automatisch aan.

  • het buitenlandA2

    extranjero (el)

    Wij gaan deze zomer op vakantie naar het buitenland.

  • de buitenruimteA2

    espacio exterior

    De woning heeft geen buitenruimte.

  • het bureauA2

    escritorio; oficina, agencia

    Ik heb een bureau bij het raam in mijn kamer.