Vocabulario
2767 palabras · página 8 de 111
de bedoelingB1
intención
Het was niet mijn bedoeling om je pijn te doen.
het bedragA2
importe
Het bedrag staat onderaan de rekening.
het bedrijfA1
empresa
Zij werkt bij een groot bedrijf.
de bedrijfscultuurB1
cultura empresarial
De bedrijfscultuur hier is informeel.
de bedrijfskledingA2
ropa de trabajo
De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.
de bedrijfsregelsA2
normas de la empresa
Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.
het bedrijfsuitjeA2
salida de empresa
Volgende maand is het bedrijfsuitje.
het beeldB1
imagen; estatua
Het beeld op de televisie is niet scherp.
het beenA1
pierna
Hij heeft zijn been gebroken.
het beetjeA1
un poco
Ik spreek al een beetje Nederlands en Engels.
de begeleidingB1
acompañamiento
Hij krijgt begeleiding van een psycholoog.
het beginA1
principio, comienzo
Aan het begin van de les zeggen we iets over het weekend.
beginnenA1irregular
begon · begonnen · zijn begonnen
empezar
De les begint om negen uur.
begrijpenA1irregular
begreep · begrepen · hebben begrepen
entender
Ik begrijp de vraag niet helemaal.
het begripB1
comprensión; concepto
Bedankt voor uw begrip, we helpen u zo snel mogelijk.
de begroeiingB1
vegetación
Langs de sloot staat dichte begroeiing.
de begrotingB1
presupuesto (público), estimación
We hebben een begroting gemaakt voor de verbouwing.
behalveB1
excepto, menos
Iedereen komt naar het feest, behalve mijn broer.
behandelenB1
behandelde · hebben behandeld
tratar
De huisarts behandelt mijn klachten met rust en medicijnen.
de behandelingB1
tratamiento
De behandeling duurt zes weken.
het behandelplanB1
plan de tratamiento
De arts stelde een behandelplan op.
de behoefteB1
necesidad
Kinderen hebben behoefte aan rust en regelmaat.
behoorlijkB1
bastante, considerablemente
Het is behoorlijk koud vandaag, trek een jas aan.
beideA2
ambos (+ sustantivo)
Beide kinderen gaan naar dezelfde school.
bekendA2
conocido
Deze zanger is in heel Nederland bekend.

