Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

1962 palabras · página 79 de 79

  • het zoutA1

    sal

    Er zit te veel zout in.


    salado

    De soep is me veel te zout.

  • zoveelA2

    tanto

    Ik heb nog nooit zoveel sneeuw gezien.

  • het zuidenA2

    sur

    In het zuiden van Nederland is het vaak warmer.

  • zullenA1irregular

    zou · zouden

    ir a (futuro)

    Zullen we koffie drinken?

  • de zusA1

    hermana

    Ik bel mijn zus elke week.

  • zuurA2

    agrio

    De melk is zuur geworden.

  • zwaaienA2

    zwaaide · hebben gezwaaid

    saludar con la mano, agitar

    De kinderen zwaaien naar de trein.

  • zwaarA2

    pesado

    Deze koffer is te zwaar voor het vliegtuig.

  • de zwagerA1

    cuñado

    Mijn zwager woont in Rotterdam.

  • zwakA1

    débil

    Na de griep voelde ik me zwak.

  • zwangerA2

    embarazada

    Mijn zus is zeven maanden zwanger.

  • zwartA1

    negro

    Hij heeft zwarte schoenen aan.


    en negro, sin declarar (trabajo)

    Zwart werken kan een hoge boete opleveren.