Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4598 palabras · página 77 de 184

  • het kledingstukB2

    prenda

    Elk kledingstuk wordt apart geprijsd.

  • de kleigrondB2

    suelo arcilloso

    Op kleigrond groeit tarwe goed.

  • de kleindochterA1

    nieta

    Zijn kleindochter gaat al naar school.

  • het kleinkindA1

    nieto o nieta

    Zij heeft drie kleinkinderen.

  • het kleintjeB1

    el pequeño

    Het kleintje slaapt nu, dus praat zacht.

  • de kleinzoonA1

    nieto

    Haar kleinzoon is net geboren.

  • de klemtoonB2

    acento tónico

    De klemtoon ligt op de eerste lettergreep.

  • de klerenA1

    ropa

    Ik koop nieuwe kleren.

  • de kleurA1

    color

    Welke kleur vind je mooi?

  • het kleurgebruikB2

    uso del color

    Het kleurgebruik is opvallend fel.

  • de kleuterB1

    niño de preescolar

    Kleuters leren vooral door te spelen.

  • de klierB2

    glándula

    De klieren in zijn hals zijn opgezet.

  • het klifB2

    acantilado

    Het pad loopt vlak langs het klif.

  • het klimaatB1

    clima

    Het klimaat verandert sneller dan verwacht.

  • de klimaatadaptatieB2

    adaptación climática

    Klimaatadaptatie is net zo nodig als CO2-reductie.

  • het klimaatakkoordB2

    acuerdo climático

    In het klimaatakkoord staan concrete doelen.

  • het klimaatdebatB2

    debate climático

    Het klimaatdebat is sterk gepolariseerd.

  • het klimaatdoelB2

    objetivo climático

    De klimaatdoelen worden waarschijnlijk niet gehaald.

  • de klimaatmaatregelB2

    medida climática

    De klimaatmaatregelen gaan sommigen niet ver genoeg.

  • het klimaatmodelB2

    modelo climático

    Klimaatmodellen voorspellen een verdere opwarming.

  • het klimaatonderzoekB2

    investigación climática

    Uit klimaatonderzoek blijkt een duidelijke trend.

  • de klimaatveranderingB2

    cambio climático

    Klimaatverandering raakt iedereen.

  • de klimaatzoneB1

    zona climática

    Nederland ligt in een gematigde klimaatzone.

  • de kliniekB1

    clínica

    Hij heeft een afspraak bij de kliniek voor zijn oog.

  • de klokA1

    reloj

    De klok in de keuken loopt voor.


    campana

    De klok van de kerk luidt elke zondagochtend.