Vocabulario
3699 palabras · página 74 de 148
moetenA1irregular
moest · moesten · hebben gemoeten
tener que
Ik moet nu weg.
mogelijkA1
posible
Is het mogelijk om later te komen?
de mogelijkheidA2
posibilidad
Er is nog een andere mogelijkheid.
mogenA1irregular
mocht · mochten · hebben gemogen
poder (permiso)
Mag ik hier zitten?
het momentA1
momento
Een moment, ik kom eraan.
momenteelB1
actualmente
Momenteel werk ik vier dagen per week.
de mondA1
boca
Doe je mond open, zegt de tandarts.
het monumentA2
monumento
Dit pand is een beschermd monument.
mooiA1
bonito
Wat een mooie foto!
morgenA1
mañana
Morgen begin ik vroeg.
het motiefB1
motivo (móvil; dibujo)
De politie weet nog niet wat het motief was.
de motivatieB1
motivación
Schrijf in je brief iets over je motivatie.
motiverenB1
motiveerde · hebben gemotiveerd
motivar
De docent weet studenten goed te motiveren.
de motorA2
motor; moto
De motor van de auto maakt een raar geluid.
de mouwA2
manga
Er zit een gat in de mouw van mijn jas.
de muisA2
ratón
Er loopt een muis door de keuken.
de muntA2
moneda
Heb je een munt van twee euro?
menta
In de thee zit verse munt uit de tuin.
het muntgeldA2
monedas
Voor de kar heb je muntgeld nodig.
het museumA2
museo
Het museum is op maandag gesloten.
de museumkaartB1
tarjeta de museos
Met een museumkaart kom je overal gratis binnen.
de musicalB1
musical (espectáculo)
We gaan zaterdag naar een musical in het theater.
de muurA1
pared
Aan de muur hangt een schilderij.
de muziekA1
música
Ik luister graag naar muziek.
de muzieklesB1
clase de música
Mijn zoon heeft op woensdag muziekles.
muzikaalB1
musical
Het hele gezin is erg muzikaal.

