Vocabulario
1962 palabras · página 73 de 79
de waardeA2
valor
De waarde van het huis is gestegen.
waaromA1
por qué
Waarom kom je niet?
waarschijnlijkA1
probablemente
Hij komt waarschijnlijk te laat.
wachtenA2
wachtte · hebben gewacht
esperar
Ik wacht al een half uur.
de wachtkamerA2
sala de espera
Neemt u plaats in de wachtkamer.
het wachtwoordA2
contraseña
Ik ben mijn wachtwoord vergeten.
de wagenA2
carro; coche
De boer laadt het hooi op de wagen.
wakkerA1
despierto
Ik word elke ochtend om zes uur wakker.
wandelenA1
wandelde · hebben/zijn gewandeld
pasear
We gaan zondag wandelen.
de wangA1
mejilla
Haar wangen zijn rood van de kou.
wanneerA1
cuándo
Wanneer begint de les?
wantA1
pues, porque (coordinante)
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
warmA1
caliente
De soep is nog warm.
de warmteA2
calor
Ik kan slecht tegen de warmte in de zomer.
de wasA2
colada, ropa sucia
Ik doe elke zaterdag de was.
de wasdrogerA2
secadora
In de winter gebruik ik de wasdroger.
het wasgoedA2
la colada
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
de wasmachineA2
lavadora
De wasmachine is kapot.
de wasmandA1
cesto de la ropa
De vuile kleren liggen in de wasmand.
wassenA2irregular
waste · wasten · hebben gewassen
lavar
Ik moet nog kleren wassen.
de wastafelA2
lavabo
De kraan van de wastafel lekt.
watA1
qué
Wat doe je?
het waterA1
agua
Drink veel water op een warme dag.
de wcA1
baño, váter
Mag ik even van jullie wc gebruik maken?
de webshopA2
tienda online
Ik bestel het liever in een webshop.

