Vocabulario
3699 palabras · página 71 de 148
meenemenA2separableirregular
nam mee · namen mee · hebben meegenomen
llevar consigo
Neem je paspoort mee.
tener en cuenta
We nemen jouw voorstel mee in het besluit.
meerA1
más
Ik heb meer tijd nodig.
het meer
lago
In de zomer zwemmen we in het meer.
meerdereB1
varios
Er zijn meerdere manieren om dit probleem op te lossen.
de meerderheidB1
mayoría
De meerderheid van de inwoners is tegen het plan.
meestalA2
normalmente
Ik ga meestal met de fiets.
meesteA1
la mayoría
De meeste mensen komen met de fiets.
de meesterA2
maestro (de escuela)
De meester leest elke dag voor aan de klas.
meiA1
mayo
Mijn verjaardag is in mei.
de meidA2
chica (coloquial)
Onze buurvrouw heeft twee meiden en een zoon.
het meisjeA1
chica
Het meisje speelt buiten.
meldenA1
meldde · hebben gemeld
notificar
U moet een verhuizing melden bij de gemeente.
de meldingB1
aviso, notificación
Je kunt via de app een melding maken van afval op straat.
het meldpuntB1
punto de denuncia
Er is een meldpunt voor discriminatie.
de melkA1
leche
Wil je melk in je koffie?
menB1
se (impersonal), uno
Men zegt dat het morgen gaat sneeuwen.
de meneerA1
señor
Goedemorgen meneer, kan ik u ergens mee helpen?
menenB1
meende · hebben gemeend
decirlo en serio; opinar
Meen je dat echt, of maak je een grapje?
mengenB1
mengde · hebben gemengd
mezclar
Meng de bloem met de melk en de eieren.
de meningA2
opinión
Wat is jouw mening hierover?
de mensA1
persona
Hij is een aardig mens.
menselijkB1
humano
Fouten maken is heel normaal en menselijk.
de mensenA1
gente
Er waren veel mensen op het feest.
de mensheidB1
humanidad
Klimaatverandering is een probleem voor de hele mensheid.
het menuA2
menú, carta
Mag ik het menu even zien, alstublieft?
het merkA2
marca
Welk merk koop jij meestal?

