Vocabulario
1756 palabras · página 71 de 71
zuurA2
agrio
De melk is zuur geworden.
zwaarA2
pesado
Deze koffer is te zwaar voor het vliegtuig.
de zwagerA1
cuñado
Mijn zwager woont in Rotterdam.
zwakA1
débil
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
embarazada
Mijn zus is zeven maanden zwanger.
zwartA1
negro
Hij heeft zwarte schoenen aan.
en negro, sin declarar (trabajo)
Zwart werken kan een hoge boete opleveren.

