Vocabulario
3699 palabras · página 70 de 148
mannelijkB1
masculino
Het aantal mannelijke verpleegkundigen in ziekenhuizen groeit snel.
de mapA2
carpeta
Bewaar alle brieven van de gemeente in een map.
de marathonB1
maratón
Hij loopt elk jaar de marathon van Rotterdam.
de marktA2
mercado
Op zaterdag is er markt op het plein.
massaalB1
masivo, en masa
Mensen kwamen massaal naar het plein om te demonstreren.
de massageB1
masaje
Na het sporten gaf de fysiotherapeut mij een massage.
de mateB1
grado, medida
De mate van stress verschilt per persoon.
het materiaalB1
material
De docent deelt het materiaal voor de les uit.
het matrasA1
colchón
Dit matras is te zacht voor mij.
maximaalB1
como máximo
In deze lift mogen maximaal zes personen tegelijk.
het mboB1
formación profesional media
Na het vmbo gaat hij naar het mbo voor techniek.
de medailleB1
medalla
Zij won een gouden medaille bij het zwemmen.
de mededelingB1
comunicado
Er hangt een mededeling op het prikbord.
de medestudentA2
compañero de estudios
Ik oefen samen met een medestudent.
de medewerkerA2
empleado, trabajador
Een medewerker van de winkel helpt mij met mijn vraag.
de medicatieB1
medicación
Neem uw medicatie mee naar het gesprek.
het medicijnA2
medicamento
Neem dit medicijn twee keer per dag.
de medicijnkastB1
armario de medicinas
Bewaar medicijnen in de medicijnkast.
medischA2
sanitario, médico (adj.)
Er is geen medische reden voor.
meeA1
con (nosotros), también
Ga je vanavond mee naar de bioscoop?
meedelenB1separable
deelde mee · hebben meegedeeld
comunicar
Wij delen u mee dat de afspraak verzet is.
meedoenA2separableirregular
deed mee · deden mee · hebben meegedaan
participar
Doe je mee met de cursus?
meegaanA2separableirregular
ging mee · gingen mee · zijn meegegaan
ir con, acompañar
Mag ik met jullie meegaan naar het strand?
durar (cosas)
Deze schoenen gaan al vijf jaar mee.
het meelA1
harina
Voor dit recept heb je meel nodig.
meemakenA2separable
maakte mee · hebben meegemaakt
pasar por (algo)
Ik heb veel meegemaakt dit jaar.

