Vocabulario
444 palabras · página 7 de 18
inwerkenB1separable
werkte in · hebben ingewerkt
formar (a un nuevo empleado)
Een collega werkt je de eerste week in.
inzamelenB1separable
zamelde in · hebben ingezameld
recoger, recaudar
De gemeente komt op dinsdag het oud papier inzamelen.
zich inzettenB1separablereflexivo
zette in · hebben ingezet
esforzarse por, comprometerse con
Zij zet zich in voor de buurt.
kamperenB1
kampeerde · hebben gekampeerd
acampar
We gaan deze zomer kamperen in Frankrijk.
kennenA1
kende · hebben gekend
conocer
Ken je die man?
kiezenA1irregular
koos · kozen · hebben gekozen
elegir
Je moet zelf kiezen.
kijkenA1irregular
keek · keken · hebben gekeken
mirar, ver
We kijken vanavond naar een film.
klaarmakenA2separable
maakte klaar · hebben klaargemaakt
preparar, dejar listo
Ik maak het eten klaar.
klagenB1
klaagde · hebben geklaagd
quejarse
De buren klagen over het lawaai.
klikkenA2
klikte · hebben geklikt
hacer clic
Klik op de blauwe knop om verder te gaan.
klinkenB1irregular
klonk · klonken · hebben geklonken
sonar
Dat plan klinkt goed, laten we het proberen.
kloppenA2
klopte · hebben geklopt
ser correcto; llamar a la puerta
Klopt dit adres?
klussenB1
kluste · hebben geklust
hacer bricolaje
Mijn buurman is elke zaterdag in zijn huis aan het klussen.
knippenA2
knipte · hebben geknipt
cortar (con tijeras)
Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.
kokenA2
kookte · hebben gekookt
cocinar
Wie kookt er vanavond?
hervir
Wacht tot het water kookt en doe dan de pasta erin.
komenA1irregular
kwam · kwamen · zijn gekomen
venir
Kom je vanavond ook?
kopenA1irregular
kocht · kochten · hebben gekocht
comprar
Ik koop brood bij de bakker.
kostenA2
kostte · hebben gekost
costar
De cursus kost honderd euro per maand.
de kosten
costes
De kosten vallen mee.
krijgenA1irregular
kreeg · kregen · hebben gekregen
recibir
Ik heb een brief gekregen.
kunnenA1irregular
kon · konden · hebben gekund
poder
Kun je mij helpen?
lachenA1irregular
lachte · lachten · hebben gelachen
reír
We hebben veel gelachen.
langskomenA2separableirregular
kwam langs · kwamen langs · zijn langsgekomen
pasarse por
Kom je vanavond even langs?
latenA1irregular
liet · lieten · hebben gelaten
dejar; mandar hacer
Ik laat mijn fiets repareren.
leggenA1
legde · hebben gelegd
poner (acostado)
Leg het boek op tafel.
leidenB1
leidde · hebben geleid
dirigir, llevar
Zij leidt al vijf jaar een team van tien mensen.

