Vocabulario
3699 palabras · página 69 de 148
het maandbedragA2
importe mensual
Het maandbedrag is 45 euro.
maandelijksA1
mensualmente
De huur betaal je maandelijks.
de maandlastenB1
gastos mensuales
Mijn maandlasten zijn dit jaar gestegen.
maarA1
pero
Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.
maartA1
marzo
De cursus start in maart.
de maatA2
talla
Heeft u dit in een grotere maat?
de maatregelB1
medida
De regering neemt nieuwe maatregelen tegen de hoge prijzen.
maatschappelijkA2
social, de la sociedad
Dit is een maatschappelijk probleem, geen individueel probleem.
de maatschappijB1
sociedad; compañía
Werk helpt mensen om mee te doen in de maatschappij.
de machineA2
máquina
Hij werkt met een grote machine in de fabriek.
de machtB1
poder (político)
In een democratie ligt de macht bij het volk.
machtigB1
poderoso
Hij was een machtige man in de stad.
het magazineB1
revista (magacín)
In de wachtkamer lag een oud magazine.
magischB1
mágico
Het was een magische avond met muziek en lichtjes.
de magnetronA2
microondas
Warm het even op in de magnetron.
de mailA2
correo (electrónico)
Ik heb je mail gelezen en stuur morgen een antwoord.
mailenA2
mailde · hebben gemaild
enviar un correo
Ik mail je de documenten vanavond.
makenA1
maakte · hebben gemaakt
hacer, fabricar
Zij maakt een taart voor het feest.
makkelijkA1
fácil
Deze oefening is makkelijk.
de mamaA1
mamá
Mama, mag ik vanmiddag bij mijn vriendin spelen?
de manA1
hombre
Die man werkt in de winkel.
marido
Haar man haalt de kinderen van school.
het managementB1
dirección, gerencia
Het management heeft besloten de vestiging te sluiten.
de managerB1
gerente
De manager van de supermarkt zoekt nieuwe medewerkers.
de mandA2
cesta
Doe de boodschappen maar in de mand.
de manierA1
manera
Dat is een handige manier om te oefenen.

