Vocabulario
1768 palabras · página 69 de 71
het winkelmandjeA2
cesta de la compra
Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.
het winkelpersoneelA2
personal de la tienda
Het winkelpersoneel helpt je graag.
de winkeltijdenA2
horario comercial
De winkeltijden staan op de deur.
de winkelwagenA2
carrito
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.
de winnaarA2
ganador
De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.
de winstB1
beneficio, ganancia
De winkel maakte dit jaar veel winst.
de winterA1
invierno
De winter is hier nat en koud.
de woensdagA1
miércoles
Woensdag zijn de kinderen vrij.
de wolkB1
nube
Er hangen donkere wolken.
de wondA1
herida
Maak de wond eerst schoon.
de wondgenezingB1
cicatrización
De wondgenezing verloopt goed.
de wondverzorgingA2
cura de la herida
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
de woningA2
vivienda
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.
de woningcorporatieA2
empresa de vivienda social
De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.
de woonadresA2
domicilio
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
de woonkamerA1
salón
De woonkamer is het grootst.
de woonlastenB1
gastos de vivienda
De woonlasten zijn dit jaar flink gestegen.
de woonruimteA2
espacio habitable
Woonruimte is in deze stad schaars.
het woordA1
palabra
Ik ken dit woord nog niet.
het woordenboekA2
diccionario
Zoek het woord op in het woordenboek.
de woordkeuzeB1
elección de palabras
Let op je woordkeuze in een formele brief.
de workshopB1
taller
Ik volg zaterdag een workshop over solliciteren.
de worstA1
salchicha
Bij de slager kocht ik worst.
de wortelA1
zanahoria
Doe de wortels in de soep.
raíz
De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.
de yoghurtA1
yogur
Ik eet yoghurt bij het ontbijt.

