Vocabulario
1756 palabras · página 67 de 71
wensenA2
wenste · hebben gewenst
desear
Wij wensen u veel beterschap.
de wereldA1
mundo
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
het werkA1
trabajo
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
de werkafspraakA2
acuerdo de trabajo
We maken hierover een werkafspraak.
het werkbriefjeA2
hoja de horas
Lever je werkbriefje op vrijdag in.
de werkdagA2
jornada laboral
Het was een lange werkdag.
werkenA1
werkte · hebben gewerkt
trabajar
Zij werkt in een ziekenhuis.
funcionar (un aparato)
De lift werkt vandaag niet.
de werkgeverA2
empleador
Mijn werkgever betaalt de cursus.
de werkinstructieA2
instrucción de trabajo
Lees de werkinstructie goed door.
de werkomgevingA2
entorno de trabajo
Ik heb een prettige werkomgeving.
het werkplanA2
plan de trabajo
We maken eerst een werkplan.
de werkplekA2
puesto de trabajo
Mijn werkplek is bij het raam.
de werktijdA2
horario laboral
Mijn werktijd is van acht tot vijf.
de werkweekA2
semana laboral
Een werkweek is hier 36 uur.
het westenA2
oeste
De zon gaat onder in het westen.
de wetA1
ley
Dat is bij wet verboden.
wetenA1irregular
wist · wisten · hebben geweten
saber
Ik weet het niet.
de wetenschapA2
ciencia
De wetenschap is het hier niet over eens.
wetenschappelijkA2
científico
Er is wetenschappelijk bewijs voor deze aanpak.
wieA1
quién
Wie is dat?
de wijkA2
barrio (de la ciudad)
Wij wonen in een rustige wijk aan de rand van de stad.
de wijnA2
vino
Bij het eten drinken ze een glas rode wijn.
willenA1irregular
wilde · wilden · hebben gewild
querer
Ik wil graag koffie.
de winkelA2
tienda
De winkel is op zondag gesloten.
het winkelcentrumA2
centro comercial
Het winkelcentrum is net verbouwd.

