Vocabulario
1768 palabras · página 66 de 71
de wasmachineA2
lavadora
De wasmachine is kapot.
de wasmandA1
cesto de la ropa
De vuile kleren liggen in de wasmand.
de wastafelA2
lavabo
De kraan van de wastafel lekt.
het waterA1
agua
Drink veel water op een warme dag.
de waterkwaliteitB1
calidad del agua
De waterkwaliteit van de rivier is verbeterd.
de wateroverlastB1
inundaciones
Na de storm was er wateroverlast in de kelder.
het waterpeilB1
nivel de agua
Het waterpeil in de polder wordt geregeld.
het waterschapB1
junta de aguas
Het waterschap beheert de dijken.
de waterstandB1
nivel del agua
De waterstand in de rivier is hoog.
het waterverbruikB1
consumo de agua
Ons waterverbruik is dit jaar gedaald.
de webshopA2
tienda online
Ik bestel het liever in een webshop.
de websiteA2
sitio web
De website van de gemeente is vernieuwd.
de wedstrijdA1
partido, competición
De wedstrijd begint om drie uur.
de weekA1
semana
Deze week werk ik thuis.
de weekdagA1
día laborable
Op weekdagen sta ik vroeg op.
het weekeindeB1
fin de semana (formal)
Wat zijn jullie plannen voor het komende weekeinde?
het weekendA1
fin de semana
In het weekend werk ik niet.
het weerA1
tiempo (clima)
Het weer verandert hier snel.
otra vez, de nuevo
Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.
het weeralarmB1
alerta meteorológica
Het KNMI gaf een weeralarm af.
de weerkaartB1
mapa del tiempo
Op de weerkaart zie je een depressie boven zee.
de weersomstandigheidB1
condición meteorológica
Door slechte weersomstandigheden ging de vlucht niet.
de weersverwachtingB1
previsión del tiempo
Volgens de weersverwachting gaat het regenen.
de wegA1
camino, carretera
Deze weg gaat naar het centrum.
het wegennetB1
red de carreteras
Nederland heeft een dicht wegennet.
het wegverkeerB1
tráfico rodado
Het wegverkeer neemt elk jaar toe.

