Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7809 palabras · página 65 de 313

  • doodA2

    muerto

    De plant is dood, want ik vergat water te geven.


    de dood

    muerte

    Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.

  • doodgaanB2separableirregular

    ging dood · gingen dood · zijn doodgegaan

    morirse (coloquial)

    Zonder water gaan de planten dood.

  • doodschietenB1separableirregular

    schoot dood · schoten dood · hebben doodgeschoten

    matar a tiros

    In de film schiet de agent de dief niet dood.

  • doodstilB2

    en silencio absoluto

    Na zijn woorden werd het doodstil in de zaal.

  • de dooiB2

    deshielo

    Na de dooi kwamen er gaten in de weg.

  • doorA1

    por, a través de

    We liepen door het park.

  • de doorbraakB2

    avance, logro

    Na lange gesprekken was er eindelijk een doorbraak.

  • doorbrekenB1irregular

    doorbrak · doorbraken · hebben doorbroken

    romper (con), atravesar

    Zij wil de vaste patronen in haar leven doorbreken.

  • doorbrengenB1separableirregular

    bracht door · brachten door · hebben doorgebracht

    pasar (tiempo)

    We brengen de zomer door bij familie in Marokko.

  • doordatB1

    debido a que

    Doordat de trein uitviel, kwam zij te laat.

  • doordringenB2separableirregular

    drong door · drongen door · zijn doorgedrongen

    penetrar; calar

    Het is nog niet tot hem doorgedrongen dat hij ontslagen is.

  • doorgaanB1separableirregular

    ging door · gingen door · zijn doorgegaan

    celebrarse; continuar

    Door de regen kan de markt vandaag niet doorgaan.

  • doorgaansB1

    generalmente

    De bus komt doorgaans op tijd.

  • doorgevenB1separableirregular

    gaf door · gaven door · hebben doorgegeven

    transmitir

    Kun je dat aan je collega doorgeven?


    comunicar, notificar (datos)

    Geef een adreswijziging door aan de gemeente.

  • doorgroeienB2separable

    groeide door · zijn doorgegroeid

    progresar profesionalmente

    Binnen dit bedrijf kun je snel doorgroeien.

  • doorlopenB1separableirregular

    liep door · liepen door · hebben/zijn doorgelopen

    seguir andando; repasar; continuar

    Loop maar door, de bus staat om de hoek.

  • doorschakelenB2separable

    schakelde door · hebben doorgeschakeld

    pasar la llamada

    Ik schakel u door naar mijn collega.

  • doorstaanB1irregular

    doorstond · doorstonden · hebben doorstaan

    sobrellevar

    Hij heeft een zware periode doorstaan.

  • de doorstroomB2

    paso al siguiente nivel

    De doorstroom naar het hoger onderwijs is gestegen.

  • doortrekkenB1separableirregular

    trok door · trokken door · hebben doorgetrokken

    tirar de la cadena; prolongar

    Vergeet niet de wc door te trekken.

  • doorverbindenB1separableirregular

    verbond door · verbonden door · hebben doorverbonden

    pasar la llamada

    Ik verbind u door met de juiste afdeling.

  • doorverwijzenB1separableirregular

    verwees door · verwezen door · hebben doorverwezen

    derivar

    De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.

  • de doorverwijzingB2

    derivación médica

    Zonder doorverwijzing kom je er niet binnen.

  • doorvoerenB1separable

    voerde door · hebben doorgevoerd

    llevar a cabo, implantar

    Het bedrijf voert volgend jaar grote veranderingen door.

  • doorvragenB2separableirregular

    vroeg door · vroegen door · hebben doorgevraagd

    repreguntar

    Door goed door te vragen kwam de waarheid boven.