Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4398 palabras · página 65 de 176

  • het individuB1

    individuo

    Volgens de wet heeft ieder individu dezelfde rechten.

  • de indrukB1

    impresión

    Hij maakte een goede indruk tijdens het gesprek.

  • de industrieA2

    industria

    De industrie verbruikt veel energie.

  • de inentingB2

    vacuna (pinchazo)

    De inenting wordt op het consultatiebureau gegeven.

  • de infectieB2

    infección

    De wond is rood, misschien is het een infectie.

  • de inflatieB2

    inflación

    Door de inflatie zijn de boodschappen duurder.

  • het inflatiecijferB2

    tasa de inflación

    Het inflatiecijfer daalde naar drie procent.

  • de influencerB2

    influencer

    De influencer moet betaalde posts markeren.

  • de informatieA1

    información

    Meer informatie vind je op de website.

  • de informatieavondB2

    jornada informativa

    Op de informatieavond leg de school het profiel uit.

  • de informatiebehoefteB2

    necesidad de información

    De informatiebehoefte van burgers is groot.

  • de informatieplichtB2

    deber de informar

    De overheid heeft een informatieplicht naar burgers.

  • de informatiestroomB2

    flujo de información

    De informatiestroom is nauwelijks bij te houden.

  • de informatietechnologieB2

    tecnología de la información

    Hij werkt in de informatietechnologie.

  • de informatievoorzieningB2

    suministro de información

    De informatievoorziening naar burgers moet beter.

  • de informatievrijheidB2

    libertad de información

    Informatievrijheid is een grondrecht.

  • de infrastructuurB2

    infraestructura

    De infrastructuur is toe aan groot onderhoud.

  • de ingangA2

    entrada (puerta)

    De ingang van het ziekenhuis is aan de achterkant.

  • de ingebrekestellingB2

    requerimiento de cumplimiento

    Stuur eerst een ingebrekestelling.

  • de ingenieurB2

    ingeniero

    Haar man werkt als ingenieur bij een bouwbedrijf.

  • het ingrediëntA2

    ingrediente

    Welke ingrediënten heb je nodig?

  • de inhoudB1

    contenido

    De inhoud van de brief was niet duidelijk.

  • de inhoudsopgaveB2

    índice de contenidos

    Kijk eerst in de inhoudsopgave.

  • het initiatiefB1

    iniciativa

    Zij neemt vaak zelf het initiatief.

  • de injectieB1

    inyección

    U krijgt een injectie in de arm.