Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7085 palabras · página 64 de 284

  • de DuitserA2

    alemán (persona)

    Op de camping stonden veel Duitsers met een caravan.

  • de duivelB1

    diablo

    In het oude verhaal verkoopt een man zijn ziel aan de duivel.

  • de duizeligheidB2

    mareo

    Duizeligheid kan veel oorzaken hebben.

  • duizendA1

    mil

    Er kwamen duizend bezoekers.

  • dunA1

    fino, delgado

    Snijd het brood dun.

  • het duoB2

    agencia estatal de educación

    Studiefinanciering vraag je aan bij duo.

  • durenA2

    duurde · hebben geduurd

    durar

    Hoe lang duurt de les?

  • durvenA1

    durfde · hebben gedurfd

    atreverse

    Ik durf het niet te vragen.

  • dusA1

    así que

    Het is laat, dus ik ga naar huis.

  • duurA2

    caro

    Die telefoon is te duur.


    de duur

    duración

    De duur van de cursus is zes maanden.

  • duurzaamA2

    sostenible

    Ze zoeken een duurzame oplossing.

  • de duurzaamheidB2

    sostenibilidad

    Duurzaamheid staat hoog op de agenda.

  • het duurzaamheidsbeleidB2

    política de sostenibilidad

    Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente is ambitieus.

  • duwenA2

    duwde · hebben geduwd

    empujar

    Je moet de deur duwen, niet trekken.

  • de dvdA2

    DVD

    We kijken vanavond samen naar een oude dvd.

  • dwarsB2

    de través

    De vrachtwagen stond dwars over de weg.

  • dweilenA2

    dweilde · hebben gedweild

    fregar el suelo

    De vloer moet nog gedweild worden.

  • dwingenB1irregular

    dwong · dwongen · hebben gedwongen

    obligar, forzar

    Niemand kan je dwingen om te stoppen met je studie.

  • de dyscalculieB2

    discalculia

    Dyscalculie is minder bekend dan dyslexie.

  • de dyslexieB2

    dislexia

    Met dyslexie mag je het examen op de computer maken.

  • het e-boekB2

    libro electrónico

    Het e-boek is goedkoper dan de papieren versie.

  • de e-learningB2

    aprendizaje electrónico

    Het bedrijf gebruikt e-learning voor bijscholing.

  • de e-mailA2

    correo electrónico

    Ik stuur je vanavond een e-mail met de tijden.

  • het e-mailberichtB1

    mensaje de correo

    Ik stuurde een e-mailbericht naar de gemeente.

  • het e-mailverkeerB2

    intercambio de correos

    Het hele e-mailverkeer is opgeslagen.